Browser information:

This website uses CSS3 & HTML5. It is recommended to use a modern browser with at least the following version number:

  • Chrome 29.0
  • Edge 12.0
  • Explorer 11.0
  • Firefox 28.0
  • Safari 9.0
  • Opera 17.0

Problems? please contact me.

Een omvormer wordt gebruikt om de gelijkspanning om te zetten in een 230V wisselspanning. Daarmee wordt het mogelijk om normale huishoudapparaten aan te sluiten op een accu. Als er geen 230V apparaten moeten worden aangesloten is een omvormer natuurlijk niet nodig.

8.1 Verschillende soorten

Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten omvormers: zuivere sinus omvormers en gemodificeerde sinus omvormers. Een sinusvormige spanning ontstaat wanneer een spoel in een magneetveld rondgedraaid wordt. Dit is het geval in generators en dynamo’s. Het lichtnet wordt gevoed door generators daarom levert het lichtnet een sinus. Een sinusvormig spanningsverloop ziet er als volgt uit:

8_1_a-Sinus

De spanning wisselt tussen positief en negatief. De tijd tussen twee opeenvolgende maximale waardes noemt men de periode. Voor het lichtnet is deze 1/50 seconde. Het omgekeerde van de periodetijd noemt men de frequentie. Deze is voor het lichtnet 50 Hertz. Een zuivere sinus kan men ook elektronisch maken, zoals in de zuivere sinus omvormers. Maar het is lastig om daarbij ook nog eens een flink vermogen af te kunnen geven. Zuivere sinus omvormers zijn dan ook in het algemeen duurder dan gemodificeerde sinus omvormers. Als we het spanningsverloop van een gemodificeerde sinus bekijken valt onmiddellijk op dat deze eigenlijk geheel niet op een sinus lijkt:

8_1_b-Gemodificeerde_sinus

De spanning varieert niet geleidelijk, maar springt abrupt heen en weer. Omdat het schakelen van elektrisch vermogen relatief eenvoudig is zijn de gemodificeerde sinus omvormers vaak goedkoper dan zuivere sinus omvormers. Helaas zijn er apparaten die op een gemodificeerde sinus niet werken. Een van de bekendste is de Senseo Koffie maker. Maar ook elektromotoren hebben het er regelmatig maar moeilijk mee. Sommige CV pompen bijvoorbeeld werken niet of gaan zelfs stuk als ze met een gemodificeerde sinus gevoed worden. Laders van accu’s voor handgereedschap staan er ook om bekend dat ze soms problemen hebben. Toch zijn gemodificeerde omvormers de meest verkochte omvormers. Natuurlijk vanwege hun prijs, maar ook omdat er naar verhouding weinig apparaten zijn die niet werken op een gemodificeerde sinus.

8.2 Eigenschappen

De belangrijkste eigenschappen van een omvormer zijn: de ingangsspanning, het vermogen en het type sinus dat gemaakt wordt.

8.2.1 Ingangsspanning

Dit is de accuspanning waarop de omvormer wordt aangesloten. Sommige omvormers kunnen zowel op 12V als ook op 24V accu’s worden aangesloten.

8.2.2 Vermogen

Een omvormer heeft een bepaald maximum vermogen dat hij kan leveren aan de verbruikers. Vaak geeft een fabrikant twee vermogens aan: het continue vermogen en het piekvermogen. Het piekvermogen is nodig omdat veel verbruikers een aanloopstroom nodig hebben die hoger is dan tijdens het normale verbruik. De aanloopstroom is de stroom die direct na het inschakelen optreed. Vooral apparaten met elektromotoren, verwarmingen of grote transformatoren hebben hier mee te maken.

Het komt voor dat een 500W verbruiker aan een 900W omvormer niet werkt. In vrijwel alle gevallen wordt dit veroorzaakt omdat de aanloopstroom van de verbruiker te hoog is voor de omvormer. Om dit tegen te gaan hebben de omvormers een piekvermogen dat hoger mag zijn dan het continue vermogen.

8.3 Selectiecriteria

8.3.1 Ingangsspanning

Deze moet overeenkomen met de spanning van de accu.

8.3.2 Vermogen

Het vermogen dat een omvormer moet kunnen leveren is natuurlijk afhankelijk van het te verwachten verbruik. Hiertoe moet men niet alle verbruikers die aangesloten kunnen worden optellen, maar enkel die verbruikers die tegelijk aangesloten moeten worden. Het spreekt voor zich dat een afgewogen gebruik van apparaten een kleinere en daarmee goedkopere omvormer mogelijk maakt. De keuze is hier tussen het gemak van het inschakelen naar believen en de kosten van de omvormer.

Verbruikers die dicht tegen het maximumvermogen van de omvormer aanliggen moet worden gecontroleerd op hun startvermogen. Het startvermogen mag uiteraard niet hoger zijn dan het piekvermogen van de omvormer.

Een ingenieur zou de standaard grap met de “factor Pi” gebruiken om het vermogen van een omvormer te bepalen. Dat wil zeggen: men rekent zo nauwkeurig mogelijk uit hoeveel vermogen men nodig heeft en vermenigvuldigt dan met Pi. Het is natuurlijk onzin om exact Pi te gebruiken, maar het is een goed idee om liever aan de veilige kant te zitten. Heeft men uitgerekend dat er 415,6W nodig is, kies dan ten minste een 800W omvormer. Heeft men 2109,01W uitgerekend, neem dan een 3000W of zelfs een 4000W omvormer. Een omvormer die flink over gedimensioneerd is zal ook minder warm worden dan een omvormer die krap bemeten is. En warmte is altijd slecht voor elektronica. Bovendien voorkomt een ruim bemeten omvormer al genoemde aanloopproblemen.

8.3.3 Type sinus

Wanneer zeker is dat geen kritische apparaten worden aangesloten kan voor de goedkopere gemodificeerde sinusomvormer gekozen worden. Indien er echter twijfel bestaat, dan is de zuivere sinusomvormer een betere keuze. Bedenk ook dat er eventueel later nieuwe verbruikers bijkomen die een zuivere sinusomvormer nodig hebben.

8.4 Het gebruik

Een omvormer levert 230V~ aan de uitgang. Maar in tegenstelling tot een netinverter mag deze 230V niet teruggeleverd worden aan het lichtnet. De omvormer is niet in staat om dit te doen en zou zeker stuk gaan.

De reden hiervoor is dat de 230V~ die de omvormer genereert niet gesynchroniseerd is (in de pas loopt) met de 230V~ van het lichtnet. Indien een omvormer een plus zou uitsturen terwijl het lichtnet juist met een min bezig is, ontstaat er een soort van kortsluiting en gaat er iets stuk.

Om dezelfde reden mogen ook de uitgangen van meerdere omvormers niet met elkaar worden doorverbonden.

Hoewel het mogelijk is om een omvormer te gebruiken via “de meterkast”, is dit niet aan te raden. Ten eerste omdat absoluut voorkomen moet worden dat de omvormer op het lichtnet aangesloten wordt. Maar ten tweede omdat het verbruik nauwkeurig moet worden bewaakt. Het mag niet te hoog worden. Indien een omvormer via de meterkast aangesloten wordt, is het te gemakkelijk om uit gewoonte een verbruiker in te schakelen. Het is daarom aan te bevelen een set verlengkabels te nemen. Elke verbruiker (of groep van verbruikers) krijgt 1 stekker en deze kunnen dan om beurten aan de omvormer aangesloten worden. Zo voorkomt men overbelasting en uitval van de omvormer. Tenslotte wil men niet ook nog de omvormer verliezen wanneer het lichtnet uitgevallen is.

Een omvormer kan maar moet niet met de aarde worden doorverbonden. Lees hiertoe de gebruiksaanwijzing van de omvormer. De meeste omvormers leveren een “zwevende” uitgangsspanning. Dat wil zeggen dat er geen verbinding met de aarde is. Bij een zwevende uitgangsspanning is er alleen gevaar wanneer men beide draden tegelijkertijd aanraakt. Pas op: wanneer een aangesloten apparaat (bijvoorbeeld een koelkast) wel aan aarde ligt zal er toch een aardverbinding ontstaan. Raak dus nooit een van de beide uitgangsdraden van de omvormer aan.

Browser information:

This website uses CSS3 & HTML5. It is recommended to use a modern browser with at least the following version number:

  • Chrome 29.0
  • Edge 12.0
  • Explorer 11.0
  • Firefox 28.0
  • Safari 9.0
  • Opera 17.0

Problems? please contact me.